Algemene Voorwaarden

Begripsomschrijving

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

  • Het gehuurde: de caravan, kampeerauto, vouwwagen of de andere zaak, inclusief de accessoires die worden gehuurd;
  • Caravan: een aanhangwagen als bedoeld in het wegenverkeerswetgeving voorzien van vaste boven-/opbouw;
  • Vouwwagen: een aanhangwagen als bedoeld in het wegenverkeerswetgeving voorzien van uitvouwbare/uitklapbare boven-/opbouw;
  • Kampeerauto: een kampeerauto als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994 A3 ‘voertuigreglement’, zijnde een personenauto of een bedrijfsauto waarvan de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid;
  • Huurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als huurder de huurovereenkomst sluit;
  • Verhuurder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon lid van BOVAG Caravanen
    Camperbedrijven die als verhuurder de huurovereenkomst sluit;
  • Consument: de huurder die een natuurlijk persoon is en de huurovereenkomst heeft gesloten voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;
  • Schade van de verhuurder: de vermogensschade die verhuurder lijdt als gevolg van:
    • beschadiging (inclusief abnormale slijtage) of vermissing van het gehuurde of van toebehoren (zoals een sleutel, de bediening van de alarminstallatie/ beveiliging en documenten zoals kentekenpapieren en grensdocumenten) of van onderdelen van het gehuurde. Tot deze schade behoren onder meer de kosten van vervangen van (toebehoren en onderdelen van) het gehuurde en het derven van huurinkomsten;
    • met of door het gehuurde aan persoon of goed toegebracht nadeel, waarvoor de verhuurder, de kentekenhouder of de aansprakelijkheidsverzekeraar van het gehuurde jegens derden aansprakelijk is;
    • Bovenhoofdse schade: schade van de verhuurder veroorzaakt door aanrijding met het deel van het gehuurde dat zich op een hoogte van meer dan 1.90 meter boven de grond bevindt of door aanrijding met op het gehuurde bevestigde zaken die zich op meer dan 1.90 meter boven de grond bevinden;
  • Bestuurder: de feitelijk bestuurder van het gehuurde
  • Schriftelijk: in geschrift of elektronisch
  • WAM: Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen.

ARTIKEL 1 – TOEPASSELIJKHEID

Deze algemene voorwaarden gelden voor huurovereenkomsten van het gehuurde tussen verhuurder en huurder.

ARTIKEL 2 – HET AANBOD

  1. Huurder mag kiezen of verhuurder een aanbod schriftelijk of mondeling doet.
  2. Een aanbod mag herroepen worden als het aanbod afhankelijk is van de beschikbaarheid van een te huren voertuig. Anders kan het aanbod 14 dagen lang niet herroepen worden.
  3. Het aanbod bevat een volledige en nauwkeurige omschrijving van:
    – het gehuurde
    – de huurtermijn
    – de huursom
    – de mogelijk bijkomende kosten
    – de hoogte van het eigen risico, of dit eigen risico kan worden afgekocht of niet
    – de eventuele waarborgsom of andere manier van het stellen van zekerheid. De Waarborgsom kan contant of op een andere wijze worden betaald.
  4. In het aanbod staan de openingstijden van het bedrijf en het telefoonnummer waarop het bedrijf te bereiken is.
  5. In het aanbod staat de wijze van betalen en de manier van het stellen van zekerheid.
  6. Bij het aanbod zitten deze algemene voorwaarden. Lukt het niet deze al mee te geven bij het aanbod, dan worden de algemene voorwaarden bij het sluiten van de overeenkomst meegegeven, maar bij een telefonisch gemaakte huurafspraak volgen ze later.
  7. Op het zelfde moment dat het aanbod wordt gedaan, krijgt huurder ook te horen:
    – welke trekkracht de trekkende auto zal moeten hebben,
    – tot welk gewicht het gehuurde mag worden beladen,
    – welk rijbewijs noodzakelijk is om met het gehuurde te mogen rijden.

ARTIKEL 3 – DE OVEREENKOMST

  1. De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van het aanbod. Een mondelinge overeenkomst hoort schriftelijk te worden bevestigd door de verhuurder, maar als dat niet gebeurt, blijft de afspraak wel staan.
  2. De huurovereenkomst geldt voor de periode en het tarief zoals op de huurovereenkomst is vermeld of zoals op een andere manier is overeengekomen. De huurovereenkomst vermeldt dag en tijdstip waarop de huurperiode begint en eindigt.
  3. Het kan zijn dat partijen afspreken dat er voor meer dan € 15.000,- aan waardevolle spullen met het gehuurde vervoerd mogen worden, zie art. 10 lid 7 van deze algemene voorwaarden. Dan staat er op de huurovereenkomst wat dit hogere maximum bedrag is. Ook wordt er op het huurcontract verwezen naar een beperking op de aansprakelijkheid uit art. 13 lid 2 van deze algemene voorwaarden.

ARTIKEL 4 – ONTBINDING (BEDENKTIJD)

Huurders hebben gedurende 14 dagen na het tot stand komen van de huurovereenkomst een ontbindingsrecht. Dit geldt niet als de huurovereenkomst is gesloten in direct contact tussen verhuurder en huurder binnen een verkoopruimte, bijvoorbeeld aan de verhuurbalie. Het geldt ook niet wanneer de huur met instemming van de consument tijdens de bedenktijd al is uitgevoerd en de consument heeft ingestemd met het feit dat er geen ontbindingsrecht geldt. Is de huur tijdens de bedenktermijn met instemming van de consument gedeeltelijk uitgevoerd, dan geldt dat de consument de dienst naar rato betaalt bij ontbinding tijdens de bedenktijd.

ARTIKEL 5 – DE PRIJS EN DE PRIJSWIJZIGINGEN

  1. De huursom en eventuele bijkomende kosten zoals prijs per kilometer worden vooraf overeengekomen. Dit geldt ook voor de eventuele mogelijkheid om tussentijds de prijs
    te kunnen veranderen. De huursom komt duidelijk op de huurovereenkomst te staan.
  2. Als binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst een prijswijziging optreedt, heeft deze geen invloed op de afgesproken prijs.
  3. De consument mag de overeenkomst ontbinden als de prijs omhoog gaat ná drie maanden na het sluiten van de overeenkomst, maar voordat de huurperiode is begonnen.
  4. Het tweede lid is niet van toepassing op prijswijzigingen die uit de wet voortvloeien, zoals een verhoging vanwege btw.
  5. Vaststelling van het aantal met een kampeerauto gereden kilometers gebeurt met de kilometerteller, tenzij deze kapot is. Is de kilometerteller kapot, dan wordt op een andere correcte manier het aantal gereden kilometers vastgesteld.
  6. Tijdens de huurperiode betaalt de huurder de kosten vanwege het gebruik van het gehuurde, zoals tolgeld, Eurovignet en de kosten voor brandstof, het reinigen en het parkeren.
  7. Alleen kosten die afgesproken zijn, kunnen aan huurder in rekening worden gebracht. Wel moet de huurder als daar een reden voor is aan de verhuurder schadevergoeding betalen.

ARTIKEL 6 – DE HUURPERIODE EN DE OVERSCHRIJDING VAN DE HUURPERIODE

  1. Huurder moet het gehuurde uiterlijk op de dag en tijd waarop de huurperiode eindigt terugbrengen. Het adres staat op de huurovereenkomst. Is er een ander adres afgesproken, dan moet het voertuig daar op tijd worden gebracht. Verhuurder moet het gehuurde, tijdens openingstijden, in ontvangst nemen.
  2. De huurder mag het gehuurde slechts met toestemming van de verhuurder buiten openingstijden of op een ander adres terugbrengen.
  3. Afspraken over het eerder terugbrengen van het gehuurde binnen de overeengekomen huurperiode zijn vrijblijvend.
  4. Komt het gehuurde niet volgens afspraak terug na het einde van de (eventueel verlengde) huurperiode, dan kan de verhuurder het gehuurde onmiddellijk terugnemen. De contractuele verplichtingen van de huurder blijven bestaan tot het moment dat het gehuurde aan de verhuurder terug is gegeven.
  5. Als huurder het gehuurde niet op tijd inlevert, mag de verhuurder de volledige daghuurprijs in rekening brengen voor elke dag dat het gehuurde te laat terug komt. Daarnaast kan de verhuurder de daghuurprijs verhogen met € 50,- (voor kampeerauto’s met € 150,-) per dag voor elke dag te laat. Ook mag verhuurder om een vergoeding voor schade vragen, zowel voor schade die bestaat, als voor schade die nog zal volgen. Als het onmogelijk is en blijft het gehuurde terug te geven, dan wordt geen hogere huurprijs in rekening gebracht. De verhoging van de huurprijs geldt niet als huurder aantoont dat de overschrijding van de huurtermijn het gevolg is van overmacht.
  6. Zodra de verhuurder weet dat hij te laat zal komen met het terugbrengen van het gehuurde, moet hij dit meteen melden aan verhuurder.

ARTIKEL 7 – ANNULERING

  1. Als een overeenkomst wordt geannuleerd door de huurder, dan kan de verhuurder de volgende annuleringskosten in rekening brengen:
    – bij annulering tot de 42ste kalenderdag (exclusief) vóór de aanvangsdatum van de huurperiode: 10% van de huursom;
    – bij annulering vanaf de 42ste kalenderdag (inclusief) tot de 28ste kalenderdag (exclusief) vóór de aanvangsdatum van de huurperiode: 35% van de huursom;
    – bij annulering vanaf de 28ste kalenderdag (inclusief) tot de 21ste dag (exclusief) vóór de aanvangsdatum van de huurperiode: 40% van de huursom;
    – bij annulering vanaf de 21ste kalenderdag (inclusief) tot de 14de dag (exclusief) vóór de aanvangsdatum van de huurperiode: 50% van de huursom;
    – bij annulering vanaf de 14de kalenderdag (inclusief) tot de 5de dag (exclusief) vóór de aanvangsdatum van de huurperiode: 75% van de huursom;
    – bij annulering vanaf de 5de kalenderdag (inclusief) tot de aanvangsdatum van de huurperiode: 90% van de huursom;
    – bij annulering op de aanvangsdatum van de huurperiode of later: de volle huursom.
  2. Annuleringen buiten kantoortijden worden afgehandeld alsof ze zijn gedaan op de eerstvolgende kalenderdag.
  3. Het annuleren moet schriftelijk.

ARTIKEL 8 – BETALING

  1. Als de huurperiode binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst begint, dan kan de verhuurder vooruitbetaling tot 50% van de huur vragen. Bij het begin van de huur kan de verhuurder om betaling van een waarborgsom vragen. Betaling van deze waarborgsom dient om verzekeringstechnische redenen via de bank te worden gedaan.
  2. De waarborgsom wordt in principe terug betaald binnen 1 werkdag nadat het gehuurde is ingeleverd. De verhuurder kan de dan nog openstaande kosten verrekenen. In geval van schade van de verhuurder wordt dit ook met de waarborgsom verrekend. Dit terugbetalen zal plaatsvinden zodra duidelijk is welk bedrag er over is. Het terugbetalen gebeurt binnen twee maanden, maar in geval van schade aan derden binnen zes maanden.
  3. Als een andere persoon schade van verhuurder heeft veroorzaakt en verhuurder heeft van deze derde een volledige schadevergoeding hiervoor gekregen, dan wordt de waarborgsom binnen 14 dagen na het verhaal van de schade terugbetaald. Verhuurder zal zich inspannen om schade veroorzaakt door derden zo spoedig mogelijk te verhalen. Verhuurder houdt de huurder op de hoogte van zijn inspanningen.
  4. Tenzij anders is overeengekomen, moet de huursom onmiddellijk na afloop van de huurperiode betaald worden. Andere bedragen dienen betaald te worden binnen tien dagen na ontvangst van de factuur. De huurder dient het verschuldigde bedrag te betalen vóór het verstrijken van de betalingsdatum. Doet hij dat niet, dan zendt de verhuurder na het verstrijken van die datum een kosteloze betalingsherinnering en geeft de huurder de gelegenheid binnen veertien dagen na ontvangst van deze betalingsherinnering het openstaande bedrag alsnog te betalen. Als na het verstrijken van de betalingsherinnering nog steeds niet is betaald, is de verhuurder gerechtigd rente in rekening te brengen vanaf het moment van verzuim. Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente. Door een partij te maken gemaakte gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten om betaling van een schuld af te dwingen, kunnen aan de wederpartij in rekening worden gebracht. De hoogte van deze kosten is onderworpen aan (wettelijke) grenzen. Daarvan kan in het voordeel van de huurder worden afgeweken.

ARTIKEL 9 – VERPLICHTINGEN HUURDER

  1. De huurder moet netjes met het gehuurde omgaan en zorgen dat hij het gehuurde gebruikt zoals dat bedoeld is. Het is bijvoorbeeld verboden om het gehuurde te gebruiken op een circuit, op een terrein waarvoor het gehuurde niet geschikt is, of op een terrein waarbij vermeld staat dat je er voor eigen risico op gaat.
  2. Huurder moet het gehuurde inleveren in dezelfde staat als hij het heeft ontvangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de huurder eventuele veranderingen aan het gehuurde ongedaan moet maken. Huurder heeft geen recht op vergoeding als hij verbeteringen aan het gehuurde heeft gedaan die verwijderd moeten worden.
  3. Huurder moet de bagage aan en in het gehuurde zorgvuldig vastmaken.
  4. Huurder moet er op letten dat niet iemand het gehuurde gebruikt die hiertoe niet in staat is vanwege een lichamelijke of geestelijke beperking. Dit geldt ook voor iemand die niet bevoegd is om het gehuurde te besturen. Huurder mag het gehuurde verder alleen aan iemand geven, als deze als bestuurder op het huurcontract staat. Ook moet zo’ n bestuurder om verzekeringstechnische redenen minimaal 23 jaar oud zijn en moet deze minimaal 3 jaar zijn rijbewijs hebben.
  5. Huurder mag het gehuurde niet doorverhuren.
  6. Huurder mag de kampeerauto niet gebruiken voor rijles of voor vervoer van personen tegen betaling anders dan vanwege ‘carpooling’. Met de kampeerauto mag huurder geen wedstrijden rijden, of snelheids-, rijvaardigheids- of betrouwbaarheidstesten doen.
  7. Huurder mag met het gehuurde naar andere landen wanneer ze op de groene kaart staan. Er kan schriftelijk iets anders zijn afgesproken.
  8. Als het gehuurde kapot is, geldt artikel 10 lid 5 en mag de huurder er ook niet mee doorrijden als dit het erger maakt. Er mag ook niet worden doorgereden als dit slecht is voor de verkeersveiligheid.
  9. Huurder is verplicht om de personen die het trekkende voertuig besturen, of personen die de Kampeerauto besturen of die hij de Kampeerauto laat gebruiken, of passagiers van het gehuurde te wijzen op de regels van de verhuur en er op te letten dat zij zich hier ook aan houden.
  10. Huurder moet netjes omgaan met de sleutels van het gehuurde, met de bediening van de alarminstallatie/ beveiliging en met de documenten van het gehuurde, zoals het kentekenbewijs en de grensdocumenten.
  11. Huurder moet een WA verzekering hebben voor het trekkende voertuig waarmee het gehuurde wordt getrokken.

ARTIKEL 10 – INSTRUCTIES VOOR DE HUURDER

  1. Huurder moet het oliepeil en de bandenspanning van een kampeerauto op niveau (laten) houden. Vraagt de verhuurder aan huurder om het gehuurde voor normaal onderhoud in te leveren, dan doet huurder dat, wanneer dit op een normale manier voor hem te regelen valt. De vraag om het gehuurde voor onderhoud af te geven, wordt niet gesteld als de huurperiode een maand of korter is.
  2. Huurder moet het gehuurde schoon terug geven. Doet huurder dit niet, dan kunnen de reële schoonmaakkosten in rekening worden gebracht.
  3. Huurder moet er voor zorgen dat er in het gehuurde niet wordt gerookt.
  4. Huurder tankt met de door verhuurder aangegeven en voor de kampeerauto bedoelde brandstof, eventueel met die toevoegingen waar de verhuurder om gevraagd heeft.
  5. Is het gehuurde zichtbaar kapot, heeft het gehuurde iets beschadigd, of raakt het gehuurde vermist, dan moet huurder deze instructies opvolgen.
    – huurder informeert de verhuurder hierover;
    – huurder doet dat wat de verhuurder aan hem vraagt;
    – huurder geeft uit eigen initiatief of in reactie op een verzoek alle inlichtingen en relevante documenten aan de verhuurder of aan diens verzekeraar;
    – huurder laat het gehuurde zo achter, dat deze behoorlijk beschermd zal zijn tegen beschadiging of vermissing;
    – het kan zijn dat verhuurder schadevergoeding van iemand anders wil vragen. Het kan ook voorkomen dat een derde persoon vindt dat verhuurder hem een schadevergoeding moet betalen en dat verhuurder hier tegen in wenst te gaan. In dit soort gevallen moet huurder meewerken.
  6. Bij ongevallen, beschadiging of vermissing van het gehuurde is huurder daarnaast verplicht:
    – om melding te doen bij de politie ter plaatse;
    – om zo spoedig mogelijk een volledig ingevuld en ondertekend schadeaangifteformulier
    – aan verhuurder over te leggen;
    – om op geen enkele manier schuld te erkennen.
  7. Het is huurder niet toegestaan met het gehuurde zaken te vervoeren met een gezamenlijke waarde van meer dan € 15.000,-, tenzij anders is afgesproken.
  8. Huurder moet verhuurder zo spoedig informeren over:
    – het redelijke vermoeden of de zekerheid dat de werking van de kilometerteller verstoord is;
    – dat er iets gebeurd is waardoor er schade aan, of schade met of door het gehuurde is gekomen, of dat dit soort schade best eens zou kunnen gaan ontstaan;
    – het kapot gaan van het gehuurde;
    – de vermissing van het gehuurde of van onderdelen/ toebehoren;
    – dat huurder op een andere manier de macht over het gehuurde of over dat wat er bij hoort kwijt is geraakt;
    – dat er beslag is gelegd op het gehuurde;
    en over andere omstandigheden waarover verhuurder redelijkerwijs geïnformeerd moet worden.
  9. Het kan zijn dat autoriteiten, zoals de politie, aan verhuurder vragen om te zeggen wie er op een bepaald moment het gehuurde heeft bestuurd of gebruikt. Komt dit voor, dan moet huurder zo snel mogelijk vragen van verhuurder beantwoorden.

ARTIKEL 11 – VERPLICHTINGEN VERHUURDER

  1. Op het moment dat de verhuurder het gehuurde aan huurder meegeeft, heeft het gehuurde (als het een kampeerauto is) een volledig gevulde brandstoftank, heeft het gehuurde de overeengekomen accessoires en specificaties en ook de in Nederland verplicht gestelde uitrusting. Ook zal het gehuurde schoon zijn, goed onderhouden zijn en (voor zover bij verhuurder kenbaar) in technisch goede staat.
  2. Huurder krijgt kosteloos een upgrade, als er geen te huren voertuig kan worden meegegeven uit de afgesproken categorie. Zo’ n upgrade lukt niet, wanneer het gehuurde zich al in de hoogste categorie bevindt.
  3. Verhuurder stelt samen met huurder voorafgaand aan de verhuur een rapport op waarbij eventuele schade die zich al aan het gehuurde bevindt, wordt aangegeven.
  4. Verhuurder geeft huurder de vereiste documenten mee, voor aanvang van de huurperiode.
  5. Verhuurder zorgt dat er in het gehuurde een Nederlandstalige instructie ligt en ook een overzicht van telefoonnummers waar huurder zich binnen en buiten openingstijden kan melden.
  6. Op de kampeerauto staat te lezen welk type brandstof -plus eventuele toevoegingen- er getankt moet worden. Het liefst bij de brandstofvulopening. Ook vermeldt verhuurder op een duidelijke plek op/in het gehuurde waar de waterpomptank zich bevindt en wat de hoogte van het gehuurde is.
  7. In de Nederlandstalige instructie van het gehuurde staat op welke niveaus het oliepeil (geldt alleen bij een kampeerauto) en de bandenspanning moeten worden gehouden.
  8. Er is adequate pechhulp in Nederland. Pechhulp in het buitenland geldt alleen als partijen hebben afgesproken dat het gehuurde ook in het buitenland gebruikt mag worden.
  9. Onder adequate pechhulp wordt in ieder geval verstaan dat het gehuurde vervangen gaat worden door een liefst gelijkwaardig object, wanneer er een defect aan het gehuurde zal moeten worden gerepareerd. Dit geldt alleen als deze reparatie waarschijnlijk langer dan drie werkdagen zal gaan duren. Kan de huurder intussen niet verblijven in het gehuurde dan vertelt hij dit aan de verhuurder en zal verhuurder het vervangend verblijf betalen. Indien pech het gevolg is van eigen schuld, dan worden de kosten van de hulp niet door verhuurder vergoed.
  10. Indien pech het gevolg is van eigen schuld van de huurder, dan worden de kosten van de hulp niet door verhuurder vergoed.
  11. Verhuurder inspecteert het gehuurde direct bij inlevering door huurder op eventuele schade.
  12. Verhuurder zorgt voor een in Duitsland noodzakelijke Umweltplakette.
  13. In geval van schade aan het gehuurde in het buitenland zijn de kosten van repatriëring van het gehuurde voor rekening van verhuurder, tenzij het tweede lid van artikel 12 van toepassing is.

ARTIKEL 12 – AANSPRAKELIJKHEID VAN DE HUURDER VOOR SCHADE

  1. Huurder is voor schade van de verhuurder per schadegeval aansprakelijk tot het op het huurcontract vermelde eigen risico. Bij het gehuurde tot 3500 kilogram is het eigen risico in geval van bovenhoofdse schade maximaal € 1500,- en voor andere schadegevallen maximaal € 1000,-.
  2. Wanneer de schade volgt uit iets wat de huurder in strijd met artikel 9 wel of niet heeft gedaan, dan moet huurder de schade van verhuurder in principe volledig vergoeden. Een eerste mogelijke uitzondering hierop is dat huurder bewijst dat dit handelen of nalaten aan hem niet toegerekend kan worden. Een tweede uitzondering zou kunnen zijn dat het niet redelijk en billijk is als de huurder alles moet vergoeden. Een derde uitzondering staat in lid 3.
  3. Lid 2 geldt niet, als er volgens de voorwaarden van de WAM- verzekeringsovereenkomst
  4. Dekking bestaat voor de vermogens- schade van de verhuurder die ontstaat omdat deze verhuurder/ de kentekenhouder/ de verzekeraar van het gehuurde kan worden aangesproken voor schade van iemand die met of door het gehuurde zelf persoonlijk gewond is geraakt, of wiens eigendom beschadigd is.
  5. Als huurder een andere persoon het gehuurde laat gebruiken, bijvoorbeeld als passagier of als bestuurder van de Kampeerauto of van het trekkende voertuig, dan is huurder aansprakelijk voor wat deze personen doen of juist niet doen in overeenstemming met artikel 12 lid 1 en 2 van deze algemene voorwaarden. Ook al hadden deze personen niet de instemming van huurder voor hun gebruik.

ARTIKEL 13 – GEBREKEN AAN HET GEHUURDE EN AANSPRAKELIJKHEID VAN DE VERHUURDER

  1. Wanneer huurder aan verhuurder vraagt om gebreken op te lossen, moet verhuurder dit in principe doen. Dit hoeft niet als een gebrek echt niet verholpen kan worden. Het hoeft ook niet, wanneer huurder dit redelijkerwijs eigenlijk niet van verhuurder kan vragen, gelet op het geld dat verhuurder hiervoor zou moeten uitgeven. Als huurder ten opzichte van verhuurder aansprakelijk is voor het gebrek of voor de gevolgen van het gebrek, hoeft de verhuurder de gebreken ook niet op te lossen, zelfs al heeft de huurder hier wel om gevraagd.
  2. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade aan vervoerde zaken door een gebrek aan het gehuurde wanneer de totale waarde van die vervoerde zaken hoger is dan € 15.000,-, tenzij dit hogere maximum bedrag is afgesproken, zie artikel 10 lid 7. Wanneer iemand die persoonschade heeft opgelopen deze schade heeft kunnen verhalen op zijn eigen schadeverzekeraar of wanneer zo iemand hier een andere uitkering voor heeft gekregen, dan is verhuurder niet aansprakelijk voor deze persoonschade.
  3. Dat wat in artikel 13 lid 2 staat, gaat echter niet op als verhuurder bij het maken van de huurafspraak van de gebreken wist of had moeten weten, of als er gebreken zijn ontstaan door opzet of grove schuld van verhuurder.

ARTIKEL 14 – OVERHEIDSMAATREGELEN EN INFORMATIE AAN AUTORITEITEN

  1. De overheid kan een sanctie of een maatregel opleggen tijdens de huurperiode en huurder moet dan voor de financiële gevolgen betalen. Dit geldt niet, wanneer deze zijn opgelegd vanwege een defect dat het gehuurde al had toen de huurperiode begon, of wanneer ze te maken hebben met omstandigheden die binnen de risicosfeer van de verhuurder liggen.
  2. Krijgt verhuurder zo’ n sanctie of maatregel opgelegd, dan moet huurder meteen wanneer verhuurder hierom vraagt de schade vergoeden. Ook moet huurder dan de kosten van administratie betalen, met een minimum van € 25,- (inclusief BTW). Verhuurder dient die kosten zoveel mogelijk te beperken. Soms constateert de politie of een andere autoriteit een verkeersovertreding. Men kan dan van verhuurder informatie gaan vragen over dat wat er is gedaan of dat wat er nu juist niet is gedaan, terwijl dat wel had moeten gebeuren. Huurder moet ook hier de kosten van betalen, vanaf € 10,- (inclusief BTW).
  3. Als huurder dat wil, kan hij een kopie krijgen van het officiële document van een sanctie.

ARTIKEL 15 – BESLAG OP HET VOERTUIG, VANWEGE ADMINISTRATIEF- / CIVIEL- / STRAF- RECHT

  1. Alle regels van de huurafspraak blijven bestaan, ook al is er beslag gelegd op het gehuurde. Zo moet huurder bijvoorbeeld de huur blijven betalen. Dit totdat het gehuurde weer bij verhuurder is teruggekomen, zonder een beslag. Dit geldt niet, als beslag is gelegd om iets dat in de risicosfeer van verhuurder ligt.
  2. Huurder betaalt de kosten vanwege zo’ n beslaglegging.

ARTIKEL 16 – ONTBINDING VAN DE HUUR

  1. Verhuurder kan de huurovereenkomst beëindigen en het gehuurde terugnemen op het moment dat:
    – huurder tijdens de huurperiode een of meer van zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet volledig nakomt, tenzij dit niet ernstig genoeg is voor een ontbinding;
    – huurder overlijdt, onder curatele wordt gesteld, surseance van betaling aanvraagt, in staat van faillissement wordt verklaard of op hem de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen van toepassing wordt verklaard;
    – verhuurder van het bestaan van omstandigheden afweet die van zodanige aard zijn dat hij (als hij hiervan op de hoogte was geweest) de huurovereenkomst niet (op deze wijze) met huurder zou zijn aangegaan. In dat geval kan verhuurder een vergoeding van kosten, schade en rente blijven vragen.
  2. Huurder zal alle medewerking aan verhuurder verlenen om het gehuurde terug te geven.
  3. Wanneer huurder voor het begin van de huurperiode sterft, wordt de huur ontbonden.
  4. Verhuurder is niet aansprakelijk voor schade van huurder ten gevolge van ontbinding op grond van dit artikel.

ARTIKEL 17 – KLACHTEN EN BEMIDDELINGSREGELING

  1. Klachten over de uitvoering van de overeenkomst moeten volledig en duidelijk omschreven worden ingediend bij verhuurder, op tijd nadat huurder heeft ontdekt dat er naar zijn mening iets niet goed is gegaan. Is huurder te laat, dan kan deze zijn rechten verliezen.
  2. Wanneer blijkt dat huurder niet tevreden is met het resultaat van de klachtafhandeling door verhuurder geldt het volgende. Huurder kan een geschil binnen zes weken na het ontstaan voorleggen aan BOVAG Bemiddeling. De bemiddelingspoging gaat volgens een reglement dat huurder en verhuurder vooraf ter kennis is gebracht. Het adres van BOVAG Bemiddeling is: Postbus 1100, 3980 DC te Bunnik. Telnr. 0900-2692268 (35 eurocent per minuut). De klacht moet wel gaan over de uitlegging of uitvoering van deze algemene huurvoorwaarden. Huurder kan er uiteraard ook voor kiezen de klacht aan de geschillencommissie voor te leggen.

ARTIKEL 18 – GESCHILLENREGELING

  1. Geschillen tussen huurder handelend voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen en verhuurder over totstandkoming of de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door verhuurder te leveren of geleverde diensten en zaken, kunnen met inachtneming van het hierna bepaalde, zowel door huurder als verhuurder worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Voertuigverhuur. Adres: De Geschillencommissie, Postbus 90600, 2509 LP te Den Haag (bezoekadres: Bordewijklaan 46, 2591 XR te Den Haag).
  2. Een geschil wordt door de Geschillencommissie slechts in behandeling genomen, indien huurder zijn klacht eerst tijdig bij verhuurder heeft ingediend. Een geschil ontstaat indien de klacht van huurder niet naar tevredenheid door verhuurder en/of via de bemiddelingspoging van BOVAG Bemiddeling is opgelost.
  3. Leidt de klacht niet tot een oplossing dan moet het geschil uiterlijk 12 maanden na de datum waarop de huurder de klacht bij de verhuurder indiende, schriftelijk of in een andere door de Geschillencommissie te bepalen vorm bij deze aanhangig worden gemaakt. Van een geschil is sprake nadat de klachtafhandeling door verhuurder en/of via de bemiddelingspoging van BOVAG Bemiddeling niet is opgelost.
  4. Wanneer de huurder een geschil aanhangig maakt bij de Geschillencommissie, is verhuurder aan deze keuze gebonden. Indien verhuurder een geschil aanhangig wil maken bij de Geschillencommissie, moet hij huurder vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij daarmee akkoord gaat. Verhuurder dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het verstrijken van de voornoemde termijn vrij zal achten het geschil bij de rechter aanhangig te maken.
  5. De Geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het voor haar geldende reglement. De beslissingen van de Geschillencommissie geschieden krachtens dat reglement bij wege van bindend advies. Het reglement wordt desgevraagd toegezonden. Voor de behandeling van een geschil is een vergoeding  verschuldigd.
  6. Uitsluitend de rechter dan wel de hierboven genoemde Geschillencommissie is bevoegd van geschillen kennis te nemen.

ARTIKEL 19 – NAKOMINGSGARANTIE

  1. BOVAG staat garant voor de nakoming van de bindende adviezen door haar leden indien verhuurder geen gevolg geeft aan het bindend advies, tenzij het lid besluit het bindend advies binnen twee maanden na de verzending ervan, ter toetsing aan de rechter voor te leggen en het vonnis waarbij de rechter het bindend advies onverbindend verklaart in kracht van gewijsde is gegaan.
  2. De garantstelling van BOVAG betreft een door BOVAG uit te keren bedrag van maximaal € 1000,- tegen cessie van de vordering van huurder. Bij bedragen groter dan € 1000,- per geschil, keert BOVAG onder dezelfde voorwaarden het maximale bedrag van € 1000,- uit aan huurder. Voor het meerdere wordt huurder aangeboden om zijn vordering aan BOVAG te cederen, waarna BOVAG de betaling daarvan zo nodig in rechte zal vragen. BOVAG verbindt zich in dat geval om geïncasseerde gelden aan huurder over te dragen.
  3. De garantstelling bedoeld onder lid 2 geldt niet indien een rechter het bindend advies vernietigt. In geval van faillissement, surseance van betaling of bedrijfsbeëindiging van verhuurder keert BOVAG alleen een bedrag tot maximaal € 1000,- per geschil uit en geldt de garantstelling alleen als huurder aan de formele verplichtingen heeft voldaan om het geschil bij de Geschillencommissie Voertuigverhuur aanhangig te maken voordat van een dergelijke situatie sprake is.

ARTIKEL 20 – VERWERKING VAN PERSOONSGEGEVENS VAN DE HUURDER EN VAN DE BESTUURDER

De persoonsgegevens die worden vermeld op het contract worden door verhuurder als verantwoordelijke in de zin van de Wet Bescherming Persoonsgegevens verwerkt in een persoonsregistratie. Aan de hand van deze verwerking kan verhuurder op sancties en maatregelen zoals bedoeld in art. 14 reageren, uitvoering geven aan deze voorwaarden, de overeenkomst uitvoeren, huurder of bestuurder optimale service en actuele productinformatie geven en huurder of bestuurder gepersonaliseerde aanbiedingen doen. De persoonsgegevens kunnen ook worden doorgegeven aan gerechtsdeurwaarders, wanneer er wordt getankt, zonder dat er wordt betaald. Huurder en bestuurder kunnen om inzage en correctie met betrekking tot de verwerkte persoonsgegevens verzoeken en verzet aantekenen. Betreft het direct mailing, dan zal een dergelijk protest steeds worden gehonoreerd. Als verhuurder meedoet aan het Waarschuwing Systeem ELENA (ELENA), dan kunnen de persoonsgegevens ook hier in verwerkt worden. BOVAG (postadres: Postbus 1100, 3980 DC te Bunnik) is hier namens haar afdeling Verhuurbedrijven en naast de verhuurder verantwoordelijke voor. De persoonsgegevens van huurder/proefritmaker/bestuurder kunnen in ieder geval worden opgenomen als het gehuurde wordt verduisterd, als de huur niet of niet helemaal wordt betaald en als er met opzet schade komt aan het gehuurde. Zie voor een volledige opsomming www.bovag.nl/elena. Bij BOVAG kunnen deze personen om inzage en om correctie vragen en ook schriftelijk hun protest doen.

ARTIKEL 21 – TOEPASSELIJK RECHT

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing, tenzij op grond van dwingend recht het recht van een ander land van toepassing is.